‘Schrijven is stratenmaken: op je knieën liggen en achteruit kruipen’, schreef Harry Mulisch. En of het nog niet moeilijk genoeg is, zijn er schrijvers die zichzelf beperkingen opleggen. Voor de lol. Zij dwingen zichzelf bijvoorbeeld tot het schrijven van een lipogram, een tekst waarin een of meerdere letters zijn verboden. Zo zijn er hele boeken geschreven zonder gebruik te maken van de letter e.

Ook Dimitri Antonissen maakt het zichzelf moeilijk. Onder het pseudoniem hijx500 schrijft deze Vlaming honderd verhalen over vrouwen. Elk van die verhalen is exact vijfhonderd leestekens lang. En die beperking doet niets af aan de leesbaarheid. Integendeel, het zijn juweeljes.

Dergelijke romans in een notendop, ook wel vignetten genoemd, zijn bij uitstek geschikt voor publicatie op het web. Dat Antonissen een weblog is begonnen, wekt dan ook geen verbazing. Wel verassend – om niet te zeggen: hoogst origineel – is de inhoud van Boekblog. Niet de verhalen zelf zijn er te vinden, maar verwijzingen naar tientallen andere weblogs, die allemaal plaats inruimden voor een werkje van vijfhonderd tekens.

Deze ‘literaire gastoptredens’ zijn ‘een opgestoken vinger naar de literaire tijdschriften’ legt Antonissen uit in een interview in weblogmagazine about:blank. ‘Ik profiteer van de bezoekers die de weblogs sowieso al hebben. En dat zijn vaak meer lezers dan een literair tijdschrift bereikt… Als ik met Boekblog ook maar een beetje kan aantonen dat je ook schrijver kan zijn zonder de bestaande structuren te gebruiken, ben ik een ongelooflijk tevreden mens.’ Hierboven een van de opgestoken vingers.

Hoe moet het toch verder met de multimediale geschiedschrijving? Aanvankelijk leefden bij menig historicus hoge verwachtingen. Vandaag de dag lijkt van dat enthousiasme maar weinig over. The Journal for MultiMedia History is nooit verder gekomen dan nummer 3 en ook de website van The center for history & new media blinkt niet uit in actualiteit: last updated april 2002.

Op het eerste gezicht hebben ook de Nederlandse pioniers de handdoek in de ring gegooid. Van het Postdoctoraal Opleidingsprogramma in de Historische Informatiekunde aan de universiteit van Leiden resteren slechts een handvol 404´s.

Maar gelukkig is er de Vereniging voor Geschiedenis en Informatica. Bestaat die? Ja, die bestaat en is springlevend. Vorige week werd de eerste VGI Innovatieprijs uitgereikt, een prijs bedoeld voor ‘de meest vernieuwende ICT-toepassing op het terrein van de geschiedenis’. Genomineerd waren onder meer Archeos, een website over archeologie voor leerlingen van 9-12 jaar, vooral bekend vanwege de subsite over de opgraving van een romeins schip in de Leidsche Rijn, en de Cultuurwijzer, een site waar een enorme berg culturele informatie op originele wijze bijeen is gebracht.

Maar de prijs ging naar de Schatkamer van Amsterdam, een tentoonstelling van het Amsterdamse Gemeentearchief waar bezoekers zichzelf kunnen rondleiden met een handcomputertje met daarin teksten, beelden en geluiden bij de voorwerpen in de collectie. Wie geen zin heeft om af te reizen naar de Amsteldijk, bezoekt de tentoonstelling virtueel.

Leuke opsteker natuurlijk, zo´n prijs, maar de vlag gaat pas echt in top, als de Schatkamer ook een World Summit Award voor e-Content and Creativity in de wacht sleept. De nominatie is in ieder geval binnen. En dat is niet niks, want de award is in het leven geroepen door niemand minder dan de president van Oostenrijk, de voorzitter van de Europese Commissie en – niet te vergeten – de president van Senegal. Dat de website van deze club het aanzien niet waard is, vergeven we ze dan maar.

Als het Gemeentearchief wint, treedt het in de voetsporen van twee eerdere Nederlandse initiatieven: de website Bosch Universe en de cd-rom Het Anne Frank Huis. Misschien komt het dus nog wel goed met het huwelijk tussen de historie en de hyperlink. Voorbeelden van geslaagde kinderen zijn welkom.

Dat ze het goed doen in de politiek en op de beurs, was al bekend. Primate Programming Inc bewijst dat apen ook zeer geschikt zijn voor het ontwikkelen van software, het onderhouden van websites en het verzorgen van computertrainingen. De originaliteit van deze Russische site levert het bewijs.

Dassen kunnen daar nog heel wat van leren. De totale zinloosheid van die dieren is voornamelijk erg grappig. En die zwartwit gevlekte logge beesten in de wei? Die zijn ronduit gevaarlijk.

‘Pap, die film met Jennifer Lopez is eindelijk binnen hoor.’ Pa kijkt beschaamd, de kijker begrijpt waarom hij moeders probeert over te halen tot de aanschaf van een snelle internet aansluiting. Video de deur uit, met breedband-internet pluk je de films zo van het web. In de reclame. In de praktijk is het downloaden van films nog een heel gedoe. Waarschijnlijk zal vader zijn dvd’tje gewoon gaat huren om de hoek.

Niet voor lang, voorspelt marktonderzoeker Forrester. In From Discs To Downloads belooft de trendwatcher de komende jaren gouden bergen aan aanbieders van video on-demand. We zullen zien. Op aanvraag films bekijken, is een belofte zo oud als het web zelf. Tot nog toe is ieder experiment mislukt.

Logisch. In maar weinig woonkamers zal het computerscherm zichtbaar zijn voor wie met een biertje en een zak chips onderuitgezakt op de bank hangt. En dat is ook al niet de gemoedstoestand waarin je zin hebt om aan de slag te gaan met de dvd-brander.

Onzin dus, films op internet? Nee. Alleen: Zoals je online geen boek gaat lezen, maar wel een weblog, zo bekijk je op het web geen langspeelfilms, maar wel korte. Een heel stel, waaronder de kanshebbers voor het Gouden Kalf voor de Beste Korte Film, is te vinden op de NPS-site De Korte Film Online. Uitermate geschikt voor lunchpauze of rsi-break. Wie toch op de bank wil hangen: kijk zondagavond naar de Avond van de korte film op Nederland 3. Of doe je ogen dicht en ervaar hoe rustgevend het is om enkel naar een film te luisteren.

Geweldig medium, dat internet, maar op sommige vlakken leggen de nieuwe media het af tegen de oude. Zo kun je niet tegelijkertijd internetten en afwassen. Naar de radio luisteren daarentegen laat zich uitermate goed combineren met de vaat. Nadeel: het gekwetter uit de ether is vaak vervluchtigd zodra de laatste pan is afgedroogd. Wat blijft hangen, is niet meer dan een vage echo. Wie het verhaal compleet wil krijgen, is vaak toch aangewezen op het web.

Zo werd een paar weken geleden in het Radio-1-programma Kunststof het boek Blankets besproken, van de Amerikaan Craig Thompson. ‘Een overrompelende autobiografische vertelling over een Amerikaanse jongen die opgroeit in een overbeschermende, christelijke omgeving’, jubelde de recensent. Enfin, daar zijn er wel meer van. Maar dit boek is bijzonder. Het is namelijk een strip. Of beter gezegd, een graphic novel: een getekend verhaal dat allerminst bedoeld is voor kinderen.

De genialiteit van een roman is prima over te brengen op de radio. Maar een stripboek, dat moet je zien. Gelukkig verwijst www.ietsmetboeken.nl, de website van Kunststof, naar stripsite artbom.net. Naast een preview van Blankets zijn daar ook enkele verhalen integraal te lezen. Verder geeft de site uitleg over het fenomeen ‘getekende roman’. Getekend, dat spreekt vanzelf.

Ook elders op het web blijkt hoe vruchtbaar de combinatie internet en strip kan uitpakken. Kijk voor een prachtig voorbeeld van een online comic op nowhere girl of ga zelf aan de gang met de Online Strip Creator.

Internetjournalistiek, wat is dat precies? De deelnemers aan een debat in De Balie, onder wie Francisco van Jole, kwamen er een paar weken geleden niet uit. Even leek de discussie zelfs uit te monden in een stammenstrijd over de vraag wie beter geëquipeerd is om vierentwintig uur per dag nieuws te brengen, krant of omroep.

Achter in de zaal kon een toeschouwer zijn veronwaardiging niet langer voor zich houden. Sinds wanneer is journalistiek beperkt tot het zo snel mogelijk brengen van het laaste nieuws?, barstte hij uit. Waar is de webversie van de feature, van de actualiteitenrubriek, van de documentaire? Zou de internetjournalist zich daar niet eens op moeten toeleggen?

Daar hadden de aanwezigen niet van terug. In 2001 besteedde het International Documentary Filmfestival Amsterdam (IDFA) met Docs Online nog uitgebreid aandacht aan digitale documentaires, maar sindsdien is – op een enkele uitzondering na – weinig meer van het genre vernomen.

Dat wil zeggen, in Nederland. Over de grenzen ontwikkelen journalisten in hoog tempo webvertellingen. Monsterproducties van onder meer BBC, PBS en The Smithsonian Institution worden verzameld op Interactive Narratives. Onder de nominaties voor de EPpys, de Edgies, de SND.ies en de vele andere prijzen voor webjournalistiek bevinden zich de kleinere juweeltjes.

De New York Times geeft vandaag het goede voorbeeld met Inside the Port Authority tapes over de hartverscheurende telefoongesprekken vanuit het brandende World Trade Center. Een bescheiden experiment van eigen hand gaat over de Nederlandse missie in Irak.

In Heerlen zijn crematies vanaf 1 november te volgen via internet. Volgende stap in de digitalisering van de dood: de necrocam. De beheerder van begraafplaats Zorgvlied in Amsterdam heeft persoonlijk geen probleem met klanten die een webcam in het graf willen meenemen. Wel vreest hij dat publiek en werknemers niet zitten te wachten op een serieuze concurrent voor rotten.com. Met nieuwe, schone uitvaarttechnieken is ook dat probleem uit de wereld. Gelukkig maar. Je weet immers nooit wanneer het je tijd is.