Freud en het internet

Internet is het medium van de vrije associatie. Precies daarom duurt een uurtje surfen in werkelijkheid dubbel zo lang en precies daarom heb je na die twee uur van alles gevonden, maar niet wat je zocht. Zo was het de bedoeling deze aflevering van Website te wijden aan de geschiedenis van Portugal, omdat ik deze zomer bedacht dat ik eigenlijk nauwelijks iets wist over mijn vakantiebestemming. Maar uiteindelijk liep het allemaal anders.

Tijdens mijn zoektocht naar de geschiedenis van het land van de port kwam ik al snel terecht op een pagina met de tot de verbeelding sprekende titel The Melancholic Majesties of Portugal. Het was echter niet zozeer de melancholie van de Portugese vorsten die mijn zoektocht in de kiem smoorde, als wel de regelrechte waanzin van de vroegere heersers van het land. De koninklijke familie combineerde extreme religiositeit moeiteloos met seksuele perversie. Dat het een het ander niet uitsloot, bewees João V van Portugal (1689-1750) door zijn minnaressen bij voorkeur te kiezen uit nonnen.

De pagina met de lotgevallen van de Portugese vorsten maakt deel uit de site van Joan Bos, een Nederlandse software-ontwerpster met als hobby het schrijven van korte biografieën van vorsten en vorstinnen. Haar speciale interesse gaat uit naar koninklijke geschiftheid en een groot gedeelte van de site bestaat uit The Mad Monarch Series. Naast melancholic majesties beschrijft Bos met flair sadistic sultans, terrible tsars, crazy caesars en deranged dukes. Het gehalte aan hilarische anekdotes maakt het lezen van de korte biografieën tot een verslavende bezigheid.

Het aardige van de Mad Monarch Series is de gedocumenteerdheid. Iedere biografie wordt afgesloten met een uitgebreide literatuurlijst en waar nodig bieden voetnoten nadere uitleg. Bijzonder is ook dat Bos zich niet alleen heeft verdiept in de bizarre levens van de vorsten maar ook in de wetenschappelijke achtergrond van hun gekte. Indien mogelijk eindigen de korte biografieën met een moderne diagnose van de fysieke of psychische aandoeningen die het abnormale gedrag van de betreffende monarch kunnen verklaren. De site linkt bovendien naar serieuze informatie over de huidige stand van zaken in de psychiatrie. Het waren deze links die mij deden afvragen wat er op internet te vinden is over de geschiedenis van de geestelijke gezondheidszorg.

Opnieuw eindigde mijn zoektocht voortijdig, en wel bij de site van het Sigmund Freud Museum te Wenen. Rondkijkend op deze zeer mooie site was ik de geschiedenis van Portugal en de belevenissen van gekke vorsten en vorstinnen al snel vergeten. Naast een gedegen chronologie van Freuds leven is er aandacht voor enkele interessante thema’s. Zo wordt uitgebreid ingegaan op de aard en de ontwikkeling van de psychoanalyse. Daarnaast komen leven en werk van Freuds dochter Anna aan bod. Bijzonder zijn ook het thema over Freud als verzamelaar van antieke kunst en een bijdrage over de invloed van de psychoanalyse op de filmindustrie. Een uitgebreide mediatheek biedt de mogelijkheid privé-filmfragmenten te bekijken en te luisteren naar een interview met Freud uit 1938. Ook zijn er foto’s te bezichtigen van Freuds verschillende woon- en werkvertrekken. De beroemd-beruchte divan ontbreekt niet.

Tot slot kunnen bezoekers van de site zoeken in een uitgebreide databank met citaten uit Freuds werk. Voor de leek op psychiatrisch terrein is het leuker om willekeurig te bladeren. Zo kwam ik bijvoorbeeld een citaat tegen, waarin Freud beschrijft hoe hij patiënten onvermoede kanten van zichzelf laat ontdekken: ‘Anstatt den Patienten anzutreiben, etwas zu einem bestimmten Thema zu sagen, forderte man ihn jetzt auf, sich der freien Assoziation zu überlassen.’ Eigenlijk gaat dit principe onverkort op voor het surfen op internet: de leukste en meest bijzondere sites vind je door je over te geven aan vrije associatie.

Het portaal van de Koude Oorlog

Internet verandert met de dag van aard. Een van de grote veranderingen van het afgelopen jaar was de opkomst van zogenaamde ‘portals’. Portals zijn grote internetsites die proberen zoveel mogelijk bezoekers vast te houden. Het achterliggende idee is duidelijk: hoe langer bezoekers op een site verblijven, hoe meer advertenties zij zien dus hoe groter de inkomsten. Om bezoekers aan zich te binden, bieden portals naast nieuws en informatie vaak gratis e-mail, chatruimte, e-commerce en spelletjes.

Portaalbouw is het duidelijkst waarneembaar op homepages van internetproviders en bij zoekmachines, vanouds de toegangspoorten tot het web. Maar ook de site van televisiezender CNN heeft zich tot portal ontwikkeld. Vanzelfsprekend brengt CNN vooral nieuws, het liefst heet van de naald. Maar om zoveel mogelijk bezoekers te trekken, biedt ook CNN allerlei leuke dingen voor de mensen. Onder andere voorziet de site in enkele in-depth specials. Een van deze specials behandelt de Koude Oorlog.

De Cold War Special van CNN is zeer uitgebreid. Niet alleen is de geschiedenis van de Koude Oorlog in 24 episodes beschreven, er is ook ruime aandacht voor specifieke gebeurtenissen. Daarnaast zijn er deelthema’s als cultuur, spionage en technologie. Bezoekers kunnen eigen herinneringen aan de site toevoegen en deelnemen aan discussies. Als op zoveel Amerikaanse sites ontbreekt ook een educator’s guide niet. Er zijn zelfs Koude-Oorlogspelletjes te spelen.

De Cold War Special kent een aantal sterke en zwakke punten. Zo is de inhoudelijke verzorging van de site professioneel: CNN heeft voldoende kennis, middelen en materiaal in huis om het niveau van de site hoog te houden. Betaalde interactive writers verzorgen de teksten. Foto- en filmmateriaal is in ruime mate voorhanden, evenals originele documenten en interviews. De mogelijkheden van multimedia worden goed benut.

Ook de technische verzorging is hoogwaardig. Misschien wel iets te hoogwaardig, want het veelvuldige gebruik van javascript en plug-ins – liefst in een nieuw venster – maakt de site er bepaald niet overzichtelijker op, laat staan sneller. Daarnaast is er nog de veelvuldige reclame: er moet natuurlijk wel winst worden gemaakt. Links naar andere pagina’s over de Koude Oorlog zijn om die reden goed verstopt.

Al met al is de Cold War Special zeker een bezoekje waard. Maar wie werkelijk iets van de Koude Oorlog wil weten, zal al snel verder zoeken naar minder schreeuwerige alternatieven. En die zijn er genoeg, bijvoorbeeld het weldadig rustige Cold War Policies van Steve Schoenherr, een hoogleraar geschiedenis uit San Diego die zeer actief is op het web.

De kritiek op de Cold War Special gaat ook op voor het concept portal in het algemeen. De professionalisering is te prijzen. In de wens het de bezoeker naar de zin te maken, wordt deze echter bedolven onder informatie. Portals mikken op beginnende internetgebruikers, maar voorzien hun pagina’s van zoveel toeters en bellen dat de onervaren surfer al snel kopje-onder gaat. De overdaad aan reclame is ronduit irritant.

Het belangrijkste nadeel van portals is dat zij het open karakter van het internet aantasten. De naam portal suggereert dat sites als die van CNN een toegangspoort tot het web zijn. Sommige portals – de voormalige zoekmachines – kunnen inderdaad dienen als startpunt van een zoektocht. De meeste portalen gedragen zich in de jacht op de surfer echter als eeuwige draaideur. In het internetvocabulaire is de term portal dan ook al vervangen door destination site.

Saving private Fritz

Here I was on Omaha Beach. Instead of being a fierce, well-trained, fighting infantryman, I was an exhausted, almost helpless, unarmed survivor of a shipwreck.

Bovenstaand citaat is niet afkomstig uit Steven Spielbergs kaskraker Saving private Ryan. Het is een ooggetuigenverslag van de landing op Omaha Beach tijdens de invasie in Normandië op 6 juni 1944 – de dag die de geschiedenis inging als D-Day. Het citaat is slechts een klein stukje uit een van de vele verslagen die te lezen en te beluisteren zijn op de site Normandy 1944.

Al eerder is op deze plaats aandacht besteed aan de mogelijkheden van interactieve geschiedschrijving op het internet. Normandy 1944 is een van de mooiste voorbeelden van deze nieuwe benadering van het verleden. Niet verwonderlijk voor wie weet dat de site onderdeel is van de interactieve Encyclopaedia Britannica.

Kern van de site is een essay van de Engelsman John Keegan, een specialist in militaire geschiedenis. Aan de hand van vijf hoofdstukken behandelt hij de geschiedenis van D-Day. Er is achtereenvolgens aandacht voor de voorbereiding, de eigenlijke invasie, de strijd landinwaarts en de doorbraak van de geallieerden. Geheel in stijl met de hedendaagse mode in de geschiedschrijving is er tenslotte aandacht voor de herinnering aan Normandië.

Ieder hoofdstuk van het essay wordt vergezeld van authentieke foto’s, geluidsfragmenten en filmbeelden. Ook zijn per hoofdstuk deeltentoonstellingen te bezichtigen. Met name de interactieve kaarten van de verschillende stranden zijn indrukwekkend. Voorts is van beide partijen een verhelderend overzicht van de commandostructuur opgenomen, van waaruit kan worden doorgeklikt naar korte biografieën van politieke leiders en generaals.

De liefhebbers van wapentuig kunnen hun hart ophalen. De aparte sectie met informatie over tanks, vliegtuigen en oorlogsschepen is ruim voorzien van foto’s, illustraties en blauwdrukken. De uitgebreide beschrijving van Franse dorpjes en steden waar om is gevochten, doet wat vreemd aan; de informatie is toeristisch van aard en wordt op geen enkele wijze met de oorlog in verband gebracht.

Voor de serieuze historicus is de publicatie van bronnen op Normandy 1944 interessant. Naast de oral histories van soldaten zijn gepubliceerde memoires, officiële documenten en originele nieuwsberichten te raadplegen. Ook van Duitse zijde zijn stukken opgenomen. Voor scholieren is een mooi vormgegeven study guide met opdrachten voorhanden. Voor leraren is er een teacher guide. Literatuurtips zijn per onderwerp aangegeven, maar staan ook op een aparte pagina. De boeken zijn direct te bestellen bij de internetboekwinkel Amazon. Uiteraard ontbreekt een gedegen lijst met links niet.

Dat Normandy 1944 schatplichtig is aan Saving private Ryan wordt niet onder stoelen of banken gestoken. Het is per slot van rekening Spielbergs film die de aandacht voor D-Day de afgelopen tijd heeft doen groeien. Een deel van de site is aan de film gewijd. In The history behind Saving private Ryan vertelt Stephen Ambrose, historisch adviseur van Spielberg, over de verhouding tussen feit en fictie in de film. Veel scènes zijn gebaseerd op originele foto’s, filmmateriaal en ooggetuigenverslagen. De rode draad door de film, de zoektocht naar een soldaat wiens drie broers zijn gesneuveld, berust ook op feiten. De vele mensen die in Normandië op zoek gaan naar het graf van private Ryan verdoen echter hun tijd; de echte Ryan blijkt de oorlog te hebben overleefd. Waarom Spielberg niet de historische naam van deze soldaat heeft gebruikt, laat zich raden. De echte private Ryan heette Niland en luisterde naar de voornaam Fritz.

Last updated MCMXCIX

Pauwenhersens en flamingotong waren delicatessen in het oude Rome. De bikini was al in de vierde eeuw voor Christus in de mode. Keizer Caracalla werd vermoord terwijl hij in de bosjes zijn blaas aan het legen was. Zijn voorganger Marcus Aurelius was verslaafd aan opium. Keizer Constantijn, die het christendom tot staatsgodsdienst maakte, veroordeelde zijn eigen zoon ter dood en liet zijn vrouw levend gaar stomen. Wanneer een slaaf in het Romeinse Rijk wegliep, maakte hij zich schuldig aan diefstal van zichzelf.

Wie denkt dat er op een modern medium als Internet weinig is te vinden over de klassieke oudheid heeft het mis. Bovenstaande weetjes staat op Forum Romanum. Alleen al de strange fact of the week maakt een bezoekje aan deze site de moeite waard.

Forum Romanum heeft echter veel meer te bieden dan leuke anekdotes over de oude Romeinen. De site biedt voldoende serieuze informatie om de bezoeker van het vluchtige muisklikken af te houden. Zo is er een uitgebreide afdeling over de Grieks-Romeinse mythologie. Erg aardig is dat niet alleen op alfabet kan worden gezocht, maar ook via een stamboom. De complexe verbanden tussen alle goden en helden worden op deze manier direct zichtbaar. Door de eeuwen heen is de klassieke mythologie een belangrijke inspiratiebron voor kunstenaars geweest. Forum Romanum maakt hiervan dankbaar gebruik: het aantal afbeeldingen loopt in de honderden.

Ook de afdeling over het Latijn is interessant. Voor de leek is er een visuele taalles over het menselijk lichaam aan de hand van beelden uit de oudheid. De doorgewinterde gymnasiast vindt een complete online-grammatica. En van Cicero tot Vergilius zijn complete boeken opgenomen, zowel in het Latijn als in het Engels.

Vanzelfsprekend is er ook een afdeling over de geschiedenis van het Romeinse Rijk. Naast een chronologisch overzicht zijn er korte essays over het dagelijkse leven van de Romeinen, met onderwerpen als bijgeloof, travestie, feestdagen en sterfcultuur. Het stuk over de toga is kennelijk populair. De schrijver waarschuwt van tevoren dat hij niet reageert op e-mail van lezers die van een oud laken een Romeins gewaad willen maken. Wie zijn kennis wil testen kan een pittige quiz over Romulus en Remus proberen te maken.

Forum Romanum dankt zijn naam aan veruit de mooiste afdeling van de site: een virtuele wandeling over het forum. Middels navigatieknoppen kan de bezoeker naar eigen inzicht door het centrum van de Romeinse macht ‘wandelen’. Er zijn ruim tachtig foto’s beschikbaar en veel ruïnes zijn van verschillende kanten te bekijken. Over alle gebouwen is uitgebreide informatie voorhanden, inclusief een impressie van het oorspronkelijke uiterlijk.

Het enige minpuntje aan het virtuele forum is het ontbreken van een plattegrond waarop je kunt zien waar je je bevindt. Na een aantal klikken ben je daarom al snel ‘verdwaald’. Dat we de maker van de site deze omissie niet kwalijk hoeven te nemen, leren we op de pagina met Latijnse citaten. Cicero wist ons immers al te vertellen: in virtute sunt multi ascensus.

Do you want to quit? (Y/N)

‘Het komt te laat…, pas als je weggaat’, reageerde Jo Cals op het applaus van een handjevol bezoekers van de publieke tribune. Het was zes uur ‘s ochtends, vrijdag 14 oktober 1966. De ‘nacht van Schmelzer’ was voorbij, de KVP-fractie had haar eigen premier laten vallen. ‘Ik dacht een traan op z’n gezicht te zien’, schreef televisiejournalist Ed van Westerloo later.

De val van het kabinet Cals werd rechtstreeks uitgezonden op de televisie, een novum in de parlementaire verslaggeving. Mede daardoor had ‘de nacht’ verstrekkender gevolgen voor de Nederlandse politiek dan Schmelzer ooit had kunnen voorzien. Zij leidde onder andere tot de oprichting van D66 en de PPR en een electorale nederlaag voor de katholieken.

Zou het niet fantastisch zijn als historici van na de babyboom het indienen van de motie van Schmelzer op hun computerscherm konden bekijken? Toegang tot historisch beeld- en geluidmateriaal via internet kan leiden tot een groei van het gebruik van audiovisuele bronnen.

Toekomstmuziek? Niet bepaald. Het Nederlands Audiovisueel Archief (NAA) is bezig met het opzetten van een internetservice die een deel van zijn collectie on-line beschikbaar maakt. Jammer genoeg start het project voorlopig op een beperkt aantal universiteiten en middelbare scholen. Om technische redenen en – niet in de laatste plaats – vanwege het auteursrecht zullen daar speciale computers voor ‘NAA in de klas’ worden geïnstalleerd.

Historisch beeldmateriaal op de computer thuis, dat is een fenomeen dat nog even op zich laat wachten. Maar geluidsfragmenten uit het verleden zijn op internet al ruimschoots voorhanden. Famous speeches zijn er bijvoorbeeld veel te vinden. Natuurlijk ligt de nadruk zwaar op de Amerikaanse geschiedenis. Vooral toespraken van presidenten, Kennedy voorop, doen het goed. Maar ook Neil Armstrong en Martin Luther King zijn snel gevonden. Veelzeggend genoeg bestaat het Europese geluid vooral uit de retoriek van Churchill en het geschreeuw van Hitler en Goebbels.

Twee sites kijken wat verder dan de Verenigde Staten. The History Channel biedt een ruime verzameling historische speeches, van Paul McCartney (‘If your conclusion is that I’m dead, you’re wrong’) tot Joe McCarthy (‘Traitors are not gentlemen, my good friends’).

The Historical Sounds & Pictures Archive is nog uitgebreider. Hier kunnen niet alleen speeches, maar ook originele radioreportages worden beluisterd. Zoals het live verslag van de ramp met de Hindenburg, waarbij de reporter in tranen uitbarst. Of we horen het gelach in de studio wanneer Reagan grapt: ‘My fellow Americans, I’m pleased to tell you today that I’ve signed legislation that will outlaw Russia forever. We begin bombing in five minutes.’

Historisch geluidsmateriaal uit Nederland is nog schaars op het web. Alleen op de site Hoofdstukken uit de Nederlandse Geschiedenis zijn een toespraak van Mussert en enkele uitzendingen van Radio Oranje te beluisteren. Voor mér moeten we echt op het NAA wachten. Misschien kan het geluidsarchief wél voor iedereen worden ontsloten.

De fragmenten op de genoemde sites zijn on-line te beluisteren maar kunnen ook worden gedownload. Wie een beetje handig is, kan ze zelfs in Windows verwerken. Zo bezweert Richard Nixon mij tegenwoordig, iedere keer als ik mijn computer wil afsluiten: ‘I have never been a quitter.’

Huizinga, Romein en het internet

Johan Huizinga introduceerde het begrip ‘historische sensatie’, Jan Romein de ‘integrale geschiedschrijving’. Beide aartsvaders van de Nederlandse historiografie maakten zich zorgen over de groeiende kloof tussen wetenschappelijke geschiedschrijving en het grote publiek. Hoe zouden zij gedacht hebben over internet?

Drie eigenschappen onderscheiden internet van andere media. De toegankelijkheid is groot. Verder kunnen meerdere mediavormen gecombineerd worden: teksten, geluid, afbeeldingen en bewegende beelden. Tenslotte heeft internet een zeer hybride, niet-lineair karakter. Anders dan een film of een boek kent een website geen vastliggend begin, middenstuk of eind. De gebruiker kan naar eigen inzicht kris-kras door de informatie navigeren.

De meeste historische sites profiteren vooral van de toegankelijkheid van het web. Historische teksten worden zonder inhoudelijke wijzigingen aangeboden. Zo biedt het Historisch Nieuwsblad artikelen uit oude nummers integraal aan.

Een spectaculair voorbeeld van het gebruik van de tweede eigenschap, het toepassen van multimedia, is te vinden op de site Trenches on the Web. Op deze zeer uitgebreide site over de Eerste Wereldoorlog staan foto’s, historische kaarten, kunstwerken, propagandamateriaal, animaties en zelfs de liedjes die de soldaten in de loopgraven zongen. Bij iedere muisklik ligt Huizinga’s historische sensatie op de loer.

De derde eigenschap van het internet, het hybride karakter, lijkt in eerste instantie weinig mogelijkheden te bieden voor gedegen wetenschappelijke presentaties. Integendeel: de historicus probeert juist door een logische opbouw van zijn betoog historische processen transparant te maken. Wanneer lezers van hot naar her door een tekst bewegen, blijft van inzicht in de geschiedenis weinig over.

De historicus kan het niet-lineaire karakter van het web ook als een uitdaging zien. Is de geschiedenis zelf niet ook zeer hybride? En zou het niet fantastisch zijn als de lezer naast de interpretatie van de bronnen met én druk op de knop ook die bronnen zelf ter beschikking krijgt? Het internet biedt nieuwe mogelijkheden ter verwezenlijking van Jan Romeins ideaal van de integrale geschiedschrijving.

Een historische website die de mogelijkheden van internet op fraaie wijze benut, wordt verzorgd door de Universiteit van Groningen. From Revolution to Reconstruction behandelt een deel van de Amerikaanse geschiedenis met interactief gemaakte handboeken. Korte essays over deelonderwerpen houden het niveau op peil zonder de integrale opzet te ondermijnen. Ook in de publicatie van bronnen is ruimschoots voorzien. Alleen het gebruik van multimedia zou nog wat beter kunnen.

From Revolution to Reconstruction is een prachtig voorbeeld van wat misschien de toekomst is van de geschiedschrijving. Als meer onderzoek op een dergelijke fraaie en toegankelijke wijze zou worden gepresenteerd, wordt de kloof tussen het publiek en de wetenschappelijke geschiedschrijving een stuk kleiner. Al met al voldoende reden voor enthousiasme bij Huizinga en Romein over dit nieuwe medium.