Month: March 2004

Pinguïns

De markt voor spelcomputers stort volgend jaar met donderend geraas in elkaar. Ga maar na, analyseert David Wong op www.pointlesswasteoftime.com; de ontploffing waarmee je de tegenstander naar de andere wereld stuurt is misschien net iets realistischer, maar verder is het verschil tussen de nieuwste shoot-m-up en die van zeven jaar geleden nihil.

Komt na 45 jaar een eind aan de ontwikkeling van het computerspel? Wie weet heeft Wong gelijk en nadert het gamesdesign de grenzen van de techniek. Mooi, dan blijft meer tijd over voor de gameplay, de speelbaarheid. Gratis spelletjes op het web als de telescope- en de laser-game bewijzen dat simpel vaak gelijk staat aan verslavend en dat hyperrealisme omgekeerd evenredig is aan originaliteit.

Vraag niet waarom, maar pingu�ns doen het altijd goed in spelletjes. Momenteel zijn ze een hit op www.yetisports.org. Letterlijk, want bezoekers van de razend populaire site komen vooral om de sympathiek waggelende vogels zo ver mogelijk weg te meppen. De Yetisports zijn online te spelen, maar ook op de mobiele telefoon. De hooggespannen verwachtingen rond mobile gaming worden overigens danig getemperd door de tegenvallende resultaten van Nokia’s speltelefoon N-Gage.

Met dank aan Erwin van der Zande

Open source

Hoezo, wereldwijd web zonder grenzen? ‘Bezoekers uit Nederland niet gewenst’, prijkt prominent op www.lindows.com. De Amsterdamse rechtbank heeft linuxvariant Lindows verboden omdat het in naam teveel lijkt op dat andere besturingssysteem. Een beetje kinderachtig is het wel van Microsoft. Zo’n handvol Nederlandse nerds, wat kost dat nou? Bill Gates kan zich beter zorgen maken over Hewlett-Packard, dat vanaf juni Linux-pc’s gaat verkopen aan een miljard Chinezen.

HP verwezenlijkt een oud ideaal van propagandisten van open source-software. Programma’s als Linux zijn vaak goedkoop of zelfs gratis en door de openbare broncode gemakkelijk voor specifiek gebruik aan te passen. Ideaal voor ontwikkelingslanden. Maar bijvoorbeeld ook voor de Nederlandse overheid die een website in het leven heeft geroepen om het gebruik ervan te stimuleren. Om ook maatschappelijke organisaties over de streep te trekken gaat komende dinsdag www.disc.nl van start, een site speciaal bedoeld voor buurtverenigingen, sportclubs en vrijwilligersorganisaties die met open source-software aan de slag willen.

De groeiende populariteit van alternatieve software heeft ook nadelen. Niet alleen Microsoft ziet zijn belangen bedreigd, ook andere bedrijven zetten de open source-beweging de voet dwars. Bovendien heeft het succes van Linux de aandacht getrokken van hackers. Lindows en andere linuxvarianten blijken vaak net zo lek als de vermaledijde concurrent.

Wiki

Zijn er nog idealisten in de zaal? Bij de rëunie van provider De Digitale Stad in ieder geval wel. Daar bleek menig pionier van mening dat het wezen van internet is verpest door de commercie. Volgens early adaptors was het web bedoeld voor de onbeperkte uitwisseling van informatie, zonder sturing door overheid of bedrijfsleven. Dat het net zijn bestaan dankt aan het Pentagon en pas aansloeg toen de commercie zich ermee ging bemoeien, wordt voor het gemak vergeten.

Boegbeeld van internet-idealisme is Tim Berners-Lee. De grondlegger van het web ijvert voor een verbeterde versie van zijn uitvinding; intelligente websites die met elkaar communiceren als een digitaal organisme. De contouren van dit semantic web zijn al zichtbaar op weblogs die automatisch informatie delen via bijvoorbeeld RSS en intelligente verbanden leggen middels technieken als trackback. Maar het best vinden de oude oude idealen en nieuwe technieken elkaar in de wiki.

Een wiki is een website waarop bezoekers zelf informatie kunnen toevoegen of aanpassen. Er zijn wiki’s over specifieke onderwerpen en wiki’s die over alles gaan, zoals Wikipedia, een enorme interactieve encyclopedie. Ook journalisten hebben het gemak van de wiki ontdekt. Klakkeloos knippen en plakken wordt echter bestraft. Het grote voordeel van een wiki – doorlopende redactie door een oneindig aantal auteurs – is tegelijk ook het grote nadeel; omdat een eindredactie ontbreekt, bevat de informatie veel fouten.

Shovelware

Economie zit vooral tussen de oren. De internethype en de daaropvolgende onderwaardering van het web vormen daarvan het ultieme bewijs. Journalisten zijn net mensen, zelfs als ze werken voor internet. In navolging van het voorzichtig optimisme over het aantrekken van e-commerce vertoont dus ook het zelfvertrouwen van de internetjournalistiek een stijgende lijn.

Uit onderzoek van de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ) blijkt dat op internetredacties de somberheid van de afgelopen jaren heeft plaatsgemaakt voor opgewekt vertrouwen in de toekomst. Webjournalisten nemen hun werk serieus, zo blijkt. Natuurlijk, nieuwssites leunen vaak zwaar op het moedermedium – krant, tijdschrift, televisie- of radioprogramma. Maar van simpelweg knippen en plakken is geen sprake. De inhoud van de Nederlandse nieuwssites is geen ‘shovelware’.

Pardon? Maakt de publieke omroep niet juist reclame voor www.uitzendinggemist.nl waar radio- en televisieprogramma’s integraal kunnen worden beluisterd of bekeken? En vertalen niet steeds meer kranten – waaronder sinds kort de Volkskrant – hun papieren versie één-op-één naar een pdf-versie voor het web, inclusief hoerenjongens en zetduivels? Journalistiek medium? Distributiekanaal!

Dezelfde NVJ concludeerde afgelopen zomer nog dat ‘echte internetjournalistiek, te definiëren als zelfgemaakt nieuws, met webspecifieke middelen gepresenteerd’ in Nederland niet bestaat. Geen laaglandse tegenhangers www.neonsky.com en joeweiss.com. Geldgebrek, tijdgebrek, technische problemen, akkoord. Maar vanwaar dan toch dat optimisme?