Month: February 2004

Modellen

Hobby. Het kost moeite een burgerlijker woord te bedenken. Sporten, doe-het-zelven, ballet-bezoek, volgens het woordenboek vallen al deze liefhebberijen onder de definitie hobby, maar geen zichzelf respecterend mens zal ze zo benoemen. Bij hobby’s denk je aan de keukentafel vol postzegels of een pottenbakkersschijf in de bijkeuken. Of nog beter: de spoortrein op zolder.

De modelbouwer is het archetype hobbyist. Einzelgängers zijn het, die zich in eenzaamheid overgeven aan hun passie. Slechts aan soortgenoten tonen zij hun werkelijke aard, zoals dit weekend op Luchthaven Lelystad, waar het Aviodrome onderdak biedt aan een Modelbouwfestival.

Maar de miniatuurfetisjist beleeft zijn coming-out! Op het web komen zijn creaties uit de kast. Het wemelt van de pagina’s met modelbouwvliegtuigjes en miniatuurtreintjes. Veel sites doen pijn aan je ogen, maar er zijn ook uitzonderingen. Zoals de thuisbasis van de Pixelito, een miniatuurhelikopter ter grootte van ene hamster die werkelijk kan vliegen. Of www.paperplane.org, waar het vouwen van papieren vliegtuigjes is verheven tot kunst en wetenschap ineen.

En dan hebben we het nog niet gehad over Lego. Precies, die steentjes uit Denemarken. Speelgoed? Welnee, je kunt er robots van maken, of automatische geweren. Je kunt films mee naspelen, al dan niet voor boven de achttien. Of je bouwt een replica van Escher’s trappenhuis, inclusief gezichtsbedrog. Steentjes weggegeven aan je neefje? Geen probleem, online bouwen gaat net zo makkelijk.

Kuberruim

Rondblaaier (browser), terugvalkopie (backup), inpropprogram (plug-in); de lijst met Zuid-Afrikaanse vertalingen van ‘rekenaarverwante terme’ telt vele juweeltjes. Maar de mooiste vondst is Kuberruim.

Kuberruim staat voor cyberspace, de virtuele wereld die enkel bestaat bij de gratie van enen en nullen. Of, in de woorden van de Amerikaanse schrijver William Gibson, ‘de grafische weergave van gegevens, ontleend aan de databanken van alle computers in het wereldwijde netwerk.’ Gibson introduceerde de term in Neuromancer, een sciencefiction-roman uit 1984. Dat was vijf jaar voor de uitvinding van het web.

Is internet anno 2004 de verwerkelijking van de kuberruim? Niet echt. De meeste mensen gebruiken het net om te e-mailen, te chatten of om dingen op te zoeken. Het web als telefoon en telefoonboek ineen. Maar Gibson’s cyberpunks winnen terrein. Ze houden huis op sites als www.there.com en www.secondlife.com, waar virtuele werelden griezelig echt aandoen. Of ze hangen rond op Global Stage, het digitale poppodium van de Amstelveens cultuurtempel P60.

Naar optredens luisteren, kletsen aan de bar, flirten op de dansvloer, alles wat kan in P60, kan ook online. Wat niet kan in real live: overstappen naar een concertzaal elders in de wereld. De keus is nu nog beperkt tot Amstelveen of Helsinki. Later dit jaar zullen podia uit tien verschillende landen optredens gaan uitzenden via www.globalstage.tv. Dus wie weet binnenkort live op het scherm: ‘opreggeteelde Afrikaanse musiek’.

Eyeballs

‘The largest legal creation of wealth in the history of the planet.’ Tot vervelens toe herhaalde durfkapitalist John Doerr zijn typering van de beginjaren van het web, toen een businessplan paste op een a-viertje en gesjeesde studenten op slag miljonairs werden na weer een gehypte beursgang. Maar de goudaders van Silicon Valley droogden op. Na de nodige miljarden leergeld bleek dat ook e-commerce gehoorzaamt aan de wetten van vraag en aanbod, prijselasticiteit en de afnemende meeropbrengst. Doerr maakte zijn excuses, de nieuwe economie raakte in vergetelheid.

Maar het tij keert! Er wordt weer geinvesteerd in het web, internetbedrijven staan in de rij voor een beursgang en de online advertentiemarkt zit in de lift. Exemplarisch is het Amerikaanse bedrijf Eyeblaster. Het schrijft winst in dubbele cijfers en wist onlangs acht miljoen durfkapitaal los te peuteren.

Eyeblaster maakt ‘rich media’-advertenties: banners die onverwacht over je webpagina heenschuiven. Irritant, maar noodzakelijk in de battle for eyeballs, de strijd om aandacht van de bezoeker. Die weet banners op een vaste plaats namelijk verassend goed te negeren, blijkt uit Eyetracker, een online onderzoek dat de oogbewegingen van websurfers in kaart brengt.

Eyetracker is trouwens niet alleen nuttig voor adverteerders. Menig webdesigner kan er een hoop van leren. Voorbeelden van teenkrommend lelijke en gebruiksonvriendelijk ontwerpen ( ‘desing’ in jargon) zijn er genoeg, zowel in parodie als in het wild.

Digitale huisvlijt

Zo staat commissaris Yezhov nog te pronken naast kameraad Stalin, zo is hij verdwenen. Het knoeien met foto’s heeft een lange geschiedenis, en het ministerie van propaganda in de communistische heilstaat had het tot een ware kunst verheven. Een digitale tentoonstelling op www.newseum.org biedt een overzicht van het betere retoucheerwerk.

Dat was vroeger, toen beeldmanipulatie nog was voorbehouden aan alchimisten in donkere kamers. Tegenwoordig zijn er computerprogramma’s als Photoshop en is niets meer wat het lijkt. ‘Funshoppen’ – of ‘fotofucken’, zoals het bewerken van plaatjes ook wel wordt genoemd – is een van de populairste bezigheden op internet. Meestal zijn de resultaten van de digitale huisvlijt amateuristisch, maar de inzendingen voor de dagelijkse Photoshop contest van Worth 1000 doen griezelig echt aan. De afgelopen week stonden onder meer The Sound of Music en – natuurlijk – Janet-oeps-daar-gaat-mijn-borst-Jackson op het programma.

In eigen land is Foto Fuck Vrijdag van weblog Retecool een begrip. Maar waarom zou je je beperken tot beeld? Sinds kort organiseren de heren achter Retecool dus ook wedstrijdjes audiofucken. Het knippen en plakken van radiojournaals is in korte tijd een rage geworden. De NOS staat het voorlopig oogluikend toe. De beste inzendingen worden zondagavond uitgezonden in het jongerenprogramma Buzz op Radio 3.