Twitter als digitale dwangneurose

Fijn relletje op Twitter afgelopen week. “Wie er niet op zit, doet eigenlijk niet mee” schreven Koster en Jojanneke in een puntig stukje in De Pers. En ook: “Twitteren is masturberen met je ziel.” Dat hebben ze geweten. De reacties op het hipste platform van dit moment logen er niet om. De fine fleur van de vaderlandse internetgemeenschap reageerde verontwaardigd (“klopt niks van”), ging vlot over op verkettering (“hebben het niet begrepen”) en begon toen te schelden (“blond meisje, intellect van een kapster, neukt zich weg omhoog”). De column had duidelijk een gevoelige snaar geraakt, de reacties gaven de auteurs deels gelijk: je snapt het en je hoort erbij, of je begrijpt er niks van en telt dus niet mee.

De discussie onder journalisten over Twitter volgt hetzelfde patroon als die over weblogs een paar jaar geleden. Er is iets nieuws, er ontstaat debat over de vraag wat je er als journalist mee kunt en het eindigt zo ongeveer met de verplichting eraan mee te doen. Toen waren het de NOS-presentatoren die zich gedwongen voelden te gaan bloggen (en het niet zo lang volhielden), nu zijn het de redacteuren van Sp!ts die van hun hoofdredacteur verplicht aan de tweets moeten. Toen was de boodschap dat journalisten die niet bloggen hun baan zouden verliezen, nu vrezen studenten dat ze minder kans maken bij sollicitaties als ze niet actief zijn op Twitter.

ja nee
Leest betaalde krant 18 18
Heeft eigen blog 6 30
Heeft eigen hyve 31 5
Leest wekelijks nu.nl 15 21
Leest wekelijks geenstijl.nl 7 29
Heeft account bij flickr 0 36
Heeft account bij twitter 2 34

Twentor
Soms vraag je je opeens af of we niet een beetje zijn doorgeschoten. Natuurlijk, de mediaconsumptie verandert en de journalistiek moet zich aanpassen om te overleven. Maar laten we niet het gedrag van een kleine groep exemplarisch maken voor dat van de grote meerderheid. Zelfs niet voor het mediagebruik van jongeren. Aan de Universiteit Leiden geef ik college over de veranderingen in de journalistiek onder invloed van de digitale revolutie. Ik vroeg de studenten naar hun eigen mediaconsumptie. De resultaten zijn geenszins representatief of wetenschappelijk verantwoord, maar toch vermeldenswaardig. Van de 36 studenten leest de helft een betaalde krant (waarbij aangetekend dat een aantal nog thuis woont). Eenderde bezoekt minstens een keer per week nu.nl. Een ruime meerderheid heeft een profiel op Hyves. Slechts twee studenten zijn actief op Twitter. Let wel: deze studenten zijn geïnteresseerd in journalistiek en nieuwe media.

Paul Bradshaw had de afgelopen dagen een soortgelijke ervaring. Hij geeft les in Online Journalism aan de Universiteit van Birmingham en probeert zijn studenten kennis te laten maken met Twitter. Maar op een enkeling na willen ze niet zo. Bradshaw doet zijn best met uitgebreide handleidingen en suggesties voor onderwerpen. Maar ondanks een lange lijst aanbevelingen waarin gebruikers het nut van het platform proberen uit te leggen, willen zijn studenten het kennelijk maar niet begrijpen. Uiteindelijk roept Bradshaw andere Twitteraars op een van zijn leerlingen te adopteren en in te wijden in de geheimen van de tweet als ‘Twentor‘. Misschien iets voor Koster en Jojanneke?

Concentratie
De Twitter-generatie als opvolger van de Google-generatie – als die al bestaat – laat dus nog wel even op zich wachten. En misschien is dat niet zo erg. Er blijken ook nadelen te kleven aan de oprukkende cyber-samenleving. Maakt Google ons dommer? vroeg Nicolas Carr zich in de zomer van 2008 af. Voor hem als auteur was het web een godsgeschenk, zo beschrijft hij in zijn essay. Meer en meer speelde zijn leven zich af online. Maar voor die verhuizing naar het web betaalde hij wel een prijs. Carr kreeg moeite zijn aandacht ergens bij te houden. Normaal een boek lezen werd een opgave, concentratie een gevecht. Hij suggereert dat het veelvuldig gebruik van het web zijn hersenen heeft veranderd. Fysiek.

Carrs vermoeden lijkt bevestigd te worden door wetenschapelijk onderzoek naar het leergedrag van Amerikaanse kinderen. Het gebruik van digitale media vergroot de visuele intelligentie maar verzwakt het kritisch en analytisch denkvermogen. Ook krijgt hij bijval van Maggie Jackson. In haar boek Distracted beschrijft deze voormalig journaliste hoe ons vermogen tot concentratie wordt ondermijnd door ons overvolle digitale leven. We zij het gewoon gaan vinden voortdurende te worden onderbroken door een niet aflatende stroom aan telefoontjes, e-mails, smsjes en – jawel – tweets. De gevolgen zijn serieus, vertelde Jackson aan Wired: stress, frustratie en afnemende creativiteit.

Wat zou Jackson vinden van Twitter, de ongebreidelde stroom aan concentratie verbrekende micro-informatie, de ultieme digitale dwangneurose? Het antwoord laat zich raden. Bij Carr is raden niet nodig. In maart 2007, twee jaar voordat De Pers repte van mindmasturbatie, schreef hij: “Twitter is the telegraph of Narcissus. Not only are you the star of the show, but everything that happens to you, no matter how trifling, is a headline, a media event, a stop-the-presses bulletin.” Het credo van de Twitteraar zou volgens hem niet moeten zijn I Twitter, therefore I am maar I Twitter because I’m afraid I ain’t.

(Dit stuk verscheen ook op De Nieuwe Reporter)

Posted in De Nieuwe Reporter Tagged with: , ,

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*