Drijvende wrakken

Pas vanuit de ruimte is de werkelijke omvang van de ramp met de olietanker Prestige zichtbaar. Satelietfoto’s op de website van de European Space Agency (ESA) tonen van grote hoogte het spoor van olie dat het lekkende schip achterliet toen het van de kust van Noord-Spanje naar open zee werd gesleept.

De route die de Prestige aflegde nadat het voor de kust van Finisterre in de problemen raakte is te volgen in een animatie op de site van de Spaanse krant El Mundo. Een andere reconstructie toont hoe de tanker leksloeg, slagzij maakte, in tweeÎn brak en uiteindelijk zonk. Samen met de spectculaire foto’s die her en der op het web zijn te vinden (bijvoorbeeld bij CNN, maar ook bij de Volkskrant) geven de animaties een nauwkeurig beeld van de toedracht van de ramp.

Voor zover men op deze reconstructies af kan gaan voor het beantwoorden van de schuldvraag, lijkt het gelijk aan de kant van berger Smit. De Spaanse overheid had nooit opdracht mogen geven het gehavende schip de open zee op te slepen. De ramp met de Prestige is aanleiding voor de International Maritime Organisation van de Verenigde Naties om richtlijnen op te stellen waarnaar overheden in voorkomende gevallen kunnen handelen.

Eerdere internationale afspraken richtten zich vooral op de uitbanning van enkelwandige olietankers als de Prestige. De BBC legt nog eens duidelijk uit hoe kwetsbaarheid dergelijke schepen zijn. Maar ook dubbelwandige scheepsrompen zijn niet zaligmakend. Uit onderzoek aan de TU Delft bleek enkele jaren geleden al dat een andere indeling van het laadruim de veiligheid veel meer vergroot.

Ondertussen wordt aan de Spaanse kust hard gewerkt aan het opruimen van de zwarte drab. De milieschade daar is enorm. Het meest aangrijpend zijn de foto’s van besmeurde zeevogels. Maar milieuorganisaties waarschuwen voor langdurige en minder zichtbare schade aan het ecosysteem.

En dan is er nog de dreiging van een nieuwe zwarte vloed. Een miniduikboot moet de komende dagen onderzoeken of het wrak van de Prestige nog steeds lekt. Als dat zo is, heeft Smit de technologie in huis de tanker alsnog leeg te pompen. De berger heeft al aangekondigd dat daarvoor diep in de buidel moet worden getast. Het is maar de vraag of iemand daarvoor wil betalen. Oliemaatschappijen en scheepseigenaren hebben in het verleden organisaties als de Oil Spill Response en de International Tanker Owners Pollution Federation Limitedopgericht om in geval van nood bij te springen. Maar de kans dat deze organisaties ook geld op tafel zullen leggen is klein.

Maar leert de wereld nu van dit soort rampen? In 1982 maakten negentien maritieme staten in het Memorandum van Parijs afspraken over de controle van zeeschepen. Wie de zwarte lijst met drijvende wrakken op de bijbehorende website doorbladert, beseft dat het slechts een kwestie van tijd is, voordat de volgende ramp zich voordoet.

Posted in Stroom